download boek in de media over de auteur contact
Een drama in verschillende bedrijven

NRC HANDELSBLAD, zaterdag 2 & zondag 3 juni 2007, p. 46
Paul Schnabel in de rubriek Proefschrift

Een drama in verschillende bedrijven

Loes Berendsen - Bureaucratische drama's. Publieke managers in verhouding tot verzekeringsartsen - 234 blz. Universiteit van Tilburg, 25 mei 2007. Promotores: Prof. dr. A. de Ruijter, Dr. M. Gastelaars

Dit is een proefschrift om gek van te worden. Dat ligt niet aan de promovenda, maar aan het onderwerp of erger nog, aan de organisatie die zij tot onderwerp van studie heeft gemaakt. Het jaar is 2002 en Loes Berendsen neemt ons mee naar het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), waar dan nog 20.000 ambtenaren bezig zijn met de uitvoering van de werkloosheidswet en de ziekteverzuim- en arbeidsongeschiktheidsregelingen, zoals de Ziektewet, de WAO en de opvolger van de WAO (WIA voor Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). Een selectiebureaucratie waar ieder jaar honderdduizenden beoordeeld, gekeurd en herkeurd worden, op basis van dossiers en op basis van persoonlijk onderzoek. In de beoordeling van het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid speelt de verzekeringsarts een hoofdrol. Hij doet dat niet als zelfstandig gevestigde sociaal-geneeskundige, maar in dienstverband onder zowel een stafverzekeringsarts als een districts- en operationeel manager. De relatie tussen de stafarts en de manager is niet duidelijk en daar begint de ellende en het boek. Kafka, denk je bijna automatisch, maar dat klopt niet, want het is geen kwaadaardige bureaucratie Voskuil met 'Het Bureau' dan, nee ook niet, want het gaat echt ergens over. Simpel gezegd, het gaat voor duizenden kostwinners over wel of geen recht op een uitkering.

Meestal is bij organisatie-onderzoek niet goed te zien hoe het er in de dagelijkse praktijk echt aan toe gaat. Loes Berendsen heeft voor de etnografische methode gekozen en is steeds een week met de managers meegelopen, ongeveer zoals ze zelf schrijft tot aan de deur van het toilet. Alles wat ze deden werd genoteerd en alles wat ze zeiden opgenomen, ook als de onderzoeker er niet bij was. De enorme hoeveelheid materiaal die zo verzameld is, heeft ze voor de analyse teruggebracht tot een aantal met elkaar samenhangende scènes uit een drama in verschillende bedrijven.

We komen de hoofdrolspelers tegen in hun natuurlijke omgeving, aan de vergadertafel in de kamer van de baas. De weergave van de gesprekken is zo echt, dat ze vaak niet te volgen en soms ook nauwelijks te begrijpen zijn. Dat is niet vreemd, want vrijwel niemand spreekt in mooie volzinnen, veel blijft onafgemaakt en vaak breekt de ander in de nog niet uitgesproken of voltooide zin in.

Wat er zichtbaar wordt, is niet anders te interpreteren dan de permanente en grotendeels vergeefse strijd van de managers om de professionals - de verzekeringsartsen - onder controle te krijgen en te laten doen wat volgens het management noodzakelijk is. Er moeten achterstanden in de keuringen worden weggewerkt, er moeten productiedoelstellingen gehaald worden en de formulieren moeten netjes en compleet worden ingevuld. Voor de managers is daar een groot belang mee gemoeid, want zij worden daar zoals dat tegenwoordig heet op' afgerekend', door de top van de organisatie, door de minister van Sociale Zaken, door de Tweede Kamer en niet in de laatste plaats door de media. In het onderzoek wordt een echt drama beschreven, dat mede uit angst voor mogelijk negatieve berichtgeving in de media en daarop volgende politieke interventies (meestal vragen aan de minister) in een mum van tijd en met voorbijgaan aan alle formele procedures wordt opgelost. Het is een heel ingewikkeid en triest geval van een man die na een herhaalde afwijzing voor een uitkering een bijna fatale suïcidepoging doet en vervolgens in een psychiatrisch ziekenhuis terechtkomt. De uitkering wordt hem vervolgens toch toegekend. Don't try this at home, zeg ik er maar even bij.

De organisatiestructuur van de UWV is zo ingericht, dat er tussen manager en medicus wel spanning moet ontstaan. In de medische hiërarchie staat de verzekeringsarts zeker niet hoog aangeschreven - hij is geen behandelend arts met eigen patiënten -, maar in het systeem van de keuringen voor arbeidsongeschiktheid komt hem een grote mate van professionele autonomie toe. Die wordt ook volop uitgebuit en dat wordt de arts ook niet moeilijk gemaakt ook, omdat de managers vrijwel geen persoonlijk contact hebben met de keurende artsen. De verzekeringsarts is de boze geest die door de vergaderingen van de managers waart, maar hij is er niet zelf bij en wordt er ook niet bij gevraagd. Loes Berendsen sluit haar proefschrift af met aanbevelingen om het allemaal beter en effectiever te gaan doen, want de situatie in 2002 pakt voor alle partijen slecht uit. Veel beter schijnt het sindsdien niet te zijn geworden, omdat de structuur van de organisatie hetzelfde is gebleven. Ik ben benieuwd wat dat voor Loes Berendsen zelf betekent, want in het dagelijkse leven is zij werkzaam bij de Inspectie Werk en Inkomen van het Ministerie van Sociale Zaken. Haar proefschrift laat toch weer een keizer zonder kleren zien. Zou, wat zij zo graag zou zien, echt de samenwerking tussen managers en medici kunnen verbeteren?

Ik had overigens eigenlijk geen beleidsaanbeveling bij dit proefschrift verwacht. Dat heeft te maken met de etnografische aanpak en ook de keuze voor de 'het leven is een schouwtoneel'-benadering van de Amerikaanse antropoloog Erving Goffman. In studies als 'Asylums' en 'The presentation of everyday life' laat hij ieder advies ter verbetering van de situatie achterwege, terwijl de lezer onwillekeurig steeds de klinisch blootgelegde werkelijkheid wil verbeteren. Goffman weet dat dit niet kan, althans dat de kans levensgroot is dat de nieuwe situatie op een andere en misschien nog ergere manier aan dezelfde euvels mank zal gaan. Het gaat niet om het herstel van fouten, maar om het begrijpen van wat naar analogie van het menselijk tekort het tekort van de organisatie, van iedere organisatie genoemd zou kunnen worden. Dat roept toch verzet op, ook bij mij. Het moet toch beter kunnen. Vast, maar het wordt toch nooit echt goed.

« terug naar het overzicht