download boek in de media over de auteur contact

Reactie Loes Berendsen op de officiële reactie van het UWV op haar bevindingen

De waarde van de bevindingen
Het onderzoek is gebaseerd op observaties van zestien van de vijftig districtmanagers, van wie er vier bijzonder intensief zijn gevolgd. Het is expliciet géén doel van dit type onderzoek om tot representatieve uitspraken te komen. Want het is een studie waarin concrete activiteiten niet op zichzelf worden beoordeeld, maar waarin ze worden beschreven omdat ze indicatief zijn voor onderliggende, fundamentele processen. Bij dit type onderzoek gaat het er om of de weergegeven observaties inherente, verborgen spanningen aantonen. Het onderzoek valt binnen een wetenschappelijke traditie die al zeker een halve eeuw geldige uitspraken oplevert (zie ook subparagrafen 1.1.2 en 1.2.2 in hoofdstuk 1). Tijdens de wetenschappelijke verdediging ervan heeft de algemene en de actuele waarde van de bevindingen geen moment ter discussie gestaan.

De actualiteit van de bevindingen
Het UWV is een type organisatie dat een zeer lastige opdracht heeft waarbij het de medewerkers bovendien niet gemakkelijk wordt gemaakt (zie ook hoofdstuk 2). De omstandigheden waarin zij werkten ten tijde van de observaties, in 2002, stimuleerden samenwerking tussen managers en verzekeringsartsen weinig. Sindsdien zijn de omstandigheden de samenwerking nóg meer gaan belemmeren (zie ook paragrafen 8.1 en 8.3 in hoofdstuk 8). Het onderzoek laat bovendien zien dat een gebrek aan samenwerking intern de dienstverlening aan burgers niet ten goede komt, en de dienstverlening is ook op dit moment nog niet optimaal. Het UWV erkent ook zelf dat meer samenwerking tussen managers en professionals nodig is. In 2006 is gestart met het project ‘Verbinding in perspectief’ om ‘de binding met professionals te verbeteren’ (UWV 2006a: 24). Dit kan een belangrijke stap in de goede richting zijn.

Maar helaas maakt alleen de formele reactie van het UWV op dit onderzoek de bevindingen al actueel, bijvoorbeeld mijn conclusies over incidentpolitiek en het contra-lerende karakter van de organisatie (zie ook subparagraaf 8.3.2 en paragraaf 8.4 in hoofdstuk 8). Het UWV lijkt het boek te ervaren als een potentiële aanval aangezien gereageerd wordt alsof er weer een brandje moet worden geblust. Terwijl het niets anders dan logisch menselijk handelen laat zien, dat ook in andere organisaties wordt herkend. Met de conclusies dat de strategie van vermijden weinig productief is en dat de politiek best eens wat meer mag luisteren in plaats van spreken, kan het UWV juist zijn voordeel doen. Ik wens de medewerkers van deze belangrijke organisatie veel gezamenlijk succes en plezier toe bij het uitvoeren van hun taken.

« terug naar het overzicht